Speciale kinderen

Speciale kinderen

De kinderen zijn bloemen aan het plukken. Ruik eens, zegt groepsleidster Anja tegen Björn, een jongetje met een autistische stoornis. Die deinst achteruit en schudt resoluut zijn hoofd. Anja vraagt: zal ik het eens voordoen? Björn kijkt toe. Een paar dagen later staan Anja en Björn bij dezelfde bloemen. Deze keer durft hij voorzichtig te ruiken. Hij krijgt er plezier in. Een paar dagen later ruikt hij achter elkaar aan verschillende bloemen.
Ook kinderen met een beperking kunnen genieten op een natuurrijke plek. Soms hebben ze een extra zetje nodig.

Hollen en dollen. Drukke overbeweeglijke kinderen, al dan niet met de diagnose ADHD, missen vaak een natuurlijke rem. Ze kunnen hun aandacht maar kort bij een activiteit houden en fladderen van het een naar het ander. Ze staan niet stil bij wat ze doen en overzien de gevolgen van hun handelen niet.

Allemaal spelen!

Spelen is een levensbehoefte van ieder kind. En een recht! Zo staat het in het internationale kinderrechtenverdrag bij het recht op recreatie (artikel 31): het kind heeft recht op rust en vrije tijd, om te spelen en op recreatie, en om deel te nemen aan kunst en cultuur.

Natuurrijk buiten spelen is voor alle kinderen belangrijk. Maar extra voor kinderen met lichame­lijke of psychische beperkingen. Het is aan de volwassenen om dat mogelijk te maken! Door speel­plekken zó in te richten dat ook kin­deren met fysieke beper­kingen er veilig en met plezier kunnen spelen. En door opvoeders en begeleiders inzicht te geven in het belang van natuur­rijk opgroeien en hen handvatten te geven hoe zij het buitenspel van kinderen kunnen stimu­leren en begeleiden.

De Speeltuinbende is een testteam van kinderen met én zonder handicap. Zij onderzoeken bij speel­plekken in het hele land of iedereen er mee kan spelen of niet, behalve met veel hulp. Er komen steeds meer goed­gekeurde speel­plekken bij!

Een leidster had bedenkingen of kinderen met autisme konden wennen aan een plek waar ze niet steeds hetzelfde rondje konden fietsen. Het is meegevallen. De kinderen doen andere ervaringen op. Ze kunnen nog steeds fietsen, maar komen veranderingen in het parcours tegen waar ze een oplossing voor moeten bedenken zoals hobbeltjes en een helling. De leidster ziet hoeveel meer mogelijkheden er zijn. Ze was benieuwd wat de kinderen zouden gaan doen. Het past bij deze kinderen dat ze hulp nodig hebben om de tuin te ontdekken, dat doen ze vaak niet uit zichzelf. Het kost tijd. Samenspel wordt meer gezien, bijv. bij de pomp: “ik heb water nodig: wie wil er pompen?” Ze raken niet uitgespeeld. Ze kunnen zich veel beter vermaken.

Begeleiding

Een ontdekkingstocht over het buitenterrein is voor alle kinderen nuttig en leuk: wat kunnen we hier allemaal spelen?
Voor kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking (zoals ADHD of autisme) is dat extra nodig. Pas als ze zich vertrouwd voelen en bij voorbeeld weten hoe ze de weg kunnen vinden of met hun rolstoel bij de waterpomp kunnen, komen ze toe aan spelen. Het helpt om van te voren de site te bezoeken of een plattegrond te bekijken. Ook in hun spel hebben deze kinderen vaker een steuntje van hun begeleiders nodig. V oor sommige kinderen om uit zichzelf iets te gaan ondernemen en bij anderen juist om eerst een plannetje te maken voor je overal op afstuift. Om samenspel te stimuleren :“dat is een mooie boomstam voor jouw dam! Misschien willen die jongens wel helpen sjouwen!”. Of om een plekje met pissebedden te laten zien aan kinderen die kleine beestjes leuk vinden.

Een belangrijke regel: grijp niet te snel in! Kijk eerst goed wat de kinderen zelf kunnen en willen.
Een leidster van een kleutergroep met kinderen met ontwikkelingsproblemen had bij de technische dienst een verzoek ingediend om de afstand tussen de traptreden van het nieuwe speelhuisje te verkleinen. Het lukte de kinderen niet om er in te klimmen. Toen zij na 2 weken afwezigheid met de kinderen buiten was, zag ze tot haar stomme verbazing dat ze nu met gemak omhoog klommen. ..

Bart, Wil je alsjeblieft niet op de grond gaan liggen? Maar juf, ik ben een boskind.

in één keer