Blog

Blog

Dit is de blogpagina, hier worden alle recente blogs, krantenartikelen en overige teksten geplaatst.

november 2019

Gewoon bijzonder: Nederlandse kinderen in Suriname.

Op vakantie bezoeken we een Marrondorpje in het Surinaamse binnenland. 3 uur per auto vanaf Paramaribo, daarna een half uur over de rivier in een gemotoriseerde korjaal {boomstamkano). Boven op een heuvel bij de steigers ligt ons vakantieverblijf, dat bestaat uit een paar eenvoudige hutten. Het dorpje ligt vlakbij en bestaat ook uit hutten gebouwd op het zand, zonder bestrating.

Op de steigers en de rotsen bij de rivier speelt een groot deel van het dorpsleven zich af. De kinderen gaan voor schooltijd naar de rivier om zich te wassen en om te spelen. Sommigen komen er met een plastic teil met afwas naartoe. Een paar meisjes dragen die zonder handen op hun hoofd, net zoals hun moeders. Na schooltijd spelen ze er weer. Ook volwassenen komen naar het water om te zwemmen, te vissen of de was/afwas te doen. Sommigen met hun smartphone, die ze aan de waterkant laten liggen.

We zien ‘s middags een paar jongens op blote voeten naar hun begeleider rennen. Opgewonden vertellen ze dat ze in het dorp een Papaya (vrucht) hebben gekregen. Het blijken vijf Nederlandse kinderen van 9-12 jaar te zijn, die twee weken met een begeleider door het binnenland trekken. Allemaal hebben ze een stoornis, zoals autisme, ADHD of gedragsproblemen. Het is november, geen vakantie. Ze moeten dus gewoon naar school, samen met de dorpskinderen. Daarna maken ze in een grote hut huiswerk, dan kunnen ze spelen.

Na een paar dagen gaan ze per boot naar een volgend dorp, waar ze ook naar school gaan. Een vrouw uit het dorp kookt voor ze. De laatste dag gaan we in Paramaribo feestelijk hamburgers eten, vertelt begeleider Rutger Pesch van 123 Be Activ. Een organisatie voor weekend- en vakantie opvang in Nederland. Hij komt al 18 jaar met groepen kinderen in dit dorp.

Een jongen vertelt op mijn vragen tijdens een mini-interview :

Wat was het fijnste? Dat we hier naar toe gingen. Ik had eerst wel een beetje spanning. En het zwemmen.

Heb je hier avonturen meegemaakt? Ja, dat we met een bootje hier naartoe gingen. En we hebben grote sprinkhanen gezien, de kinderen van hier gingen ermee achter ons aan.

Hoe vind je de natuur? Nou, we hebben een grote boswandeling gemaakt. Ik hou van voetballen en we gingen helemaal een half uur door het bos lopen. En we hebben toen gevoetbald in een ander dorp.

Wat was het engste? Eerst het slapen. Ik ben nu wel gewend. En ook de beesten. In ons huisje zat een vleermuizennest en die jongen zaten te piepen. Toen zijn we naar een andere hut gegaan.

Wat vind je het verschil met Nederlandse kinderen? Hoe ze hier leven. En hoe ze elkaar respecteren. In Nederland, als je ze niet kent en je vraagt: wie ben je? Dan doen ze raar. En hier: hallo, wie ben je? Dan zeggen ze : Ik ben die en die en dan praten we met elkaar.

 Ongelofelijk! Deze kinderen met een fors rugzakje maken zonder hun ouders een vliegreis van 9 uur en trekken daarna per auto en boot naar het binnenland. Wat een uitdagingen! De hoge temperatuur, het onbekende eten, de stekende insecten, de nachtelijke geluiden in de pikzwarte duisternis. Veertien dagen samenleven met groepsgenootjes en optrekken met vreemde dorpskinderen die wel Nederlands spreken maar onderling vaak hun eigen taal. Geen mobieltjes, snoep of fastfood.

Wat een ontwikkelingskansen! Frustratie en weerstanden overwinnen. Je aanpassen aan enorm veel onbekende situaties, mensen en gewoonten. Opgenomen worden in de natuur en deze ontdekken met al zijn puurheid en veelzijdigheid. Het kan niet anders dan dat deze kinderen, behalve met een rugzak vol nieuwe ervaringen, beelden en herinneringen, sterker terugkomen. Gegroeid in hun zelfvertrouwen, weerbaarheid en vermogen om met zichzelf en anderen om te gaan.

Over groene pedagogiek gesproken!

 

september 2017

Toppertjes op het zorgcentrum.

Sinds vorig jaar ben ik ook op een zorgcentrum te vinden. Hoezo, een groene pedagoog voor ouderen? Ik zag meteen kansen toen de activiteitenbegeleiders mijn hulp inriepen om de bewoners natuur te laten beleven. Ja, een mooie tuin, maar mét een natuurspeelplek voor de kleinkinderen! Zodat die niet mopperen dat ze alweer naar oma of opa moeten waar het zo saai is, maar ernaar uitkijken om bij hen te gaan spelen!

Maar zover was het nog niet! Met een groepje ouderen en medewerkers zijn we gestart met een paar kleine projectjes. Zoals zintuigbakken op rolstoelhoogte op het terras.  Om te ruiken, te voelen, te proeven, en herinneringen op te halen. De geur van de eau-de cologne-munt bij voorbeeld, die een mevrouw deed denken aan de kamer van haar moeder. Ze heeft een takje meegenomen om in haar kussen te stoppen…

In de tuin -helaas alleen zichtbaar, maar niet bereikbaar voor mensen met rollators- hadden we een korenveld en vrolijk gekleurde bloemen, onder toeziend oog van een vogelverschrikker.

 

Dit jaar heb ik een pluktuintje bedacht. Bewoners worden zo gestimuleerd om aan de wandel te gaan om bloemen te bewonderen en te plukken. Ook heeft een inwonend student met gouden timmermanshanden minituintjes gemaakt voor individuele bewoners.

Vrijwilligsters Karolien en Joke komen regelmatig en betrekken bewoners op een spontane manier bij het tuingebeuren. Karolien schrijft hierover:

“De planten en bloemen stonden er prachtig bij. Ik heb twee komkommers geschild en gesneden en aangereikt aan mensen op het terras, was weer leuk. Twee bosjes bloemen op tafel gezet en sla geoogst”.

“Drie gesprekken bij de pluktuin. Mensen die er dagelijks langs wandelen genieten ervan. Zo ook de heer B. Hij zei dat hij het prachtig vindt en ook zo onder de indruk dat het in korte tijd zo’n mooie bloemenpracht is geworden.  Ik heb nog een meneer goudsbloemen getoond en meegegeven. Hij zei dat hij die kende van zijn jeugd in Groningen”.

Een beetje afgezaagd maar toch: het zijn de kleine dingen die het doen…

 

augustus 2017

Tokhok.

Sinds 2014 heeft onze wijk een zorgboerderij, Tokhok*. Als ik er op een zonnige zaterdag langs fiets, zie ik een bordje: groente te koop. Een leuke aanleiding om eens binnen te stappen.

De ingang is in een grote kas met tomaten, paprikaplanten en courgettes. Iets verderop hokken met cavia’s, schapen en konijnen. ‘t Ziet er prettig en wat rommelig uit. Ik word begroet door een vriendelijke, middelgrote hond, verder is er niemand te zien. Op een binnenplaats tref ik een hoekbank met 2 meiden van zo’n jaar of 14, een jochie van ongeveer 8 en twee vrouwen met kortgeknipt blond haar: een vrijwilligster en beroepskracht Esther van Kemp, naar blijkt eigenaar, bedrijfsleider en… duizendpoot.

Ik schuif aan op de bank en word gewoon opgenomen in de kring. “Esther, we kunnen de wifi niet vinden”, roepen de meiden. Als dat opgelost is verdwijnen ze naar binnen. Ik klets wat met het jongetje en vraag wat hij gaat doen. Met de cavia’s en de konijnen, heeft hij bedacht. “Alleen of samen”? vraagt de vrijwilligster? Samen, knikt hij, “met jou”. De meiden, even later: “De hooibalen zijn verdwenen, waar kunnen we dan chillen”?

Ondertussen komen een moeder met haar zoontje, -een mager jochie van zo’n jaar of 10-, binnen. De moeder heeft wat vervelende dingen meegemaakt die ze met de begeleidsters deelt, die daar met aandacht naar luisteren. Haar zoontje Jeroen is op de bank gaan zitten en kijkt chagrijnig voor zich uit. “Wat doet zij hier?”, vraagt hij, gebarend naar mij. Ik leg uit wat ik kom doen, maar hij luistert al niet meer. ”Ik moet een spreekbeurt houden”, zegt hij dan tegen Esther. “Ik doe het over kippen. Maar ik heb geen kuikentje. Ik kan hier vast wel eentje lenen he, dan neem ik m vanmiddag meteen mee”. “Dat zien we straks wel”, zegt Esther. “Wat ga je vandaag doen?” “Niks”, zegt Jeroen knorrig. Ze stelt voor verder te knutselen aan zijn masker. “Nu!”, zegt hij. “Nee, ik ben eerst met deze mevrouw bezig”, zegt Esther rustig.

We lopen naar de moestuin waar Esther een krop andijvie voor me afsnijdt en een bos regenboogsnijbiet. Twee euro, onbespoten, verser kan het niet! ”Wel even in zout water leggen tegen de slakken”, waarschuwt ze. Jeroen loopt achter ons aan. “Wil jij de kippenhokken openzetten?”, vraagt Esther. Dat wil hij wel. Even later komt hij terug. “Gelukt?” “Ja. Mag ik een komkommer?”.  Dat mag, en Jeroen verdwijnt in de kas om even later knabbelend op een kleine komkommer weer naar buiten te komen.

Esther: “Ik ben begonnen met een opleiding als dierenverzorgster, daarna heb ik jarenlang op verschillende zorgboerderijen gewerkt, en ondertussen een opleiding sociaalpedagogisch werk gedaan. Ik ben tot nu toe de enige beroepskracht, verder werken er een aantal vrijwilligers uit de wijk”.

Door de week komen hier mensen voor dagbesteding. Met verschillende achtergrond: In een rolstoel, met autisme of psychiatrische problematiek, kinderen/jongeren die het op school niet redden. Allemaal vinden ze hier een plek en bezigheden die bij hen passen.

“Hoe is het contact met de wijkbewoners?”, vraag ik. Uit ervaring weet ik dat integratie tussen ’oude’ en nieuwe bewoners moeizaam verloopt. “Hier gaat het vanzelf”, zegt Esther. “Oma’s en opa’s lopen met hun kleinkinderen naar binnen om naar de dieren te kijken. En we organiseren in de lente lammetjesdag en met kerst lichtjesdag. Daar komen veel mensen op af”.

 

Wat mij aantrekt aan Tokhok: de vanzelfsprekendheid: iedereen, deelnemer, bezoeker, vrijwilliger, mag er zijn en kan doen wat bij hem of haar past: planten of dieren verzorgen, fruit oogsten, kletsen met een bakkie koffie. En ondanks dat er enorm veel werk te doen is, straalt de plek rust uit.

Ook is het er lekker no-nonsense en niet uitgesproken hulpverleningsachtig. Een term als “Aan je problemen werken” klinkt hier niet. Desondanks zie ik dat de deelnemers deskundig en met respect voor hun beperkingen en mogelijkheden worden begeleid.

Zoals het jongetje Jeroen, dat hier al twee jaar 2 dagen per week komt en beslist niet de gemakkelijkste is. Hij leert van het buitenleven: zijn spreekbeurt houdt hij over kippen, komkommers eet hij zo van het land. En, essentieel, óók zijn moeder wordt gezien en gekend.

En de twee meiden, over wie ik later hoor, dat ze die middag na het chillen mee hebben geholpen in de kassen en op eigen initiatief pizza’s hebben gemaakt voor iedereen! Met alles wat erbij kwam kijken, zoals een lijst met benodigdheden maken en boodschappen doen. Iets om trots op te zijn!

 

Wat een goede plek om te leren in en van de natuur. Om te groeien: je mogelijkheden te ontdekken, zelfvertrouwen te krijgen, erbij te horen!

 

*www.zorgboerderijtokhok.nl

0644254212

 

 

 

Stichting Groene Pedagogiek organiseerde op 7 juni  een succesvolle themamiddag Kind en Dier in Velp. Lees het verslag op de site:

www.stichtinggroenepedagogiek.nl

Bloeiend Landje in Braamt, 4 mei 2017

De moestuin van basisschool de Boomgaard in Braamt lag er verwaarloosd bij sinds de 80-jarige vrijwilligster stopte met tuinieren met de schoolkinderen.  Een tijdelijke oplossing? Wilde bloemen zaaien!

De 13jarige Dion, – natuurkind maar ook computerkind-, had er wel zin in. Zo gingen we samen naar school om met de leerlingen van groep 5/6 te gaan zaaien. Eerst vertelden we in de klas -met uitzicht op de tuin- over bloemen, bijen &vlinders. Dion tekende een mooie kringloop ter verduidelijking. De kinderen waren geboeid en stelden veel vragen. Daarna gingen we met zijn allen de tuin in die de kinderen al onkruidvrij hadden gemaakt.

Allemaal gingen ze enthousiast aan de slag met een bakje zaad. En nu maar afwachten: we hopen voor de zomervakantie op een veld met kleurrijke bloemen en natuurlijk vlinders en bijen!

Wilt u ook een Bloeiend Landje realiseren? Ik help u graag! Stuur een mailtje naar:

info@natuurRijk-opgroeien.nl

1 april 2017 Groene speelplekken in de lift!

Drie jaar geleden voorspelde ik op TV Gelderland dat er meer groene speelplekken gaan komen. Zie filmpje Buitengewoon op deze site, knop Ilse Vonder.
Sinds die tijd gaat het steeds beter in Nederland. Op 31 maart j.l. haalde het groene schoolplein zelfs het NOS-Journaal!
http://nos.nl/l/2165920Lekker vies worden op het groene schoolplein